De Nederlandsche Landstand

De Nederlandsche Landstand werd in oktober 1941 door de bezetter in het leven geroepen. De Landstand beoogde een nationaal-socialistische eenheidsorganisatie te zijn naar het voorbeeld van de Deutsche Reichsnährstand. De belangrijkste taken van de Landstand waren mee te werken aan de voedselvoorziening van de Nederlandse bevolking en het behartigen van de belangen van boeren,vissers en tuinders. 'Boerenleider' werd de NSB'er E.J. Roskam. Hij was tot dan toe voorzitter van het Nederlands Agrarisch Front (NAF), dat eind 1940 was ontstaan uit een fusie van het Boerenfront van de NSB en de Nationale Bond 'Landbouw en Maatschappij'. Op papier was de organisatie van het Landstand imposant. Onder het hoofdbureau ressorteerden diverse boerenraden en er waren provincie- en dorpsboerenleiders. In de praktijk bleek de organisatie snel een fiasco. Veel boeren weigerden de contributie te betalen. Desastreus was de onthulling dat de leiding van de Landstand corrupt was. 'Boerenleider' Roskam moest in 1943 om die reden ontslag nemen.
(Uit: Nederland en de Tweede Wereldoorlog, deel 17 "De nazificatie van Nederland")